FCU Fans
Inloggen

Aanmelden op FCUFANS.nl



Wachtwoord vergeten? Toegang aanvragen?

Mobiel RSS LinkedIn Facebook Twitter You Tube

Nieuws

Visual

Persverklaring Raad van Commissarissen

03-09-2007

0 reacties


Onderstaand de verklaring zoals vanmorgen gepresenteerd op de speciaal belegde persconferentie in navolging van het op non-actief stellen van directievoorzitter Jan Willem van Dop. -------------------------------------------------------------------------------- Verklaring voorzitter Raad van Commissarissen B. Swagerman bij persconferentie op 3 september 2007. Geachte dames en heren, Hartelijk welkom, Laat ik beginnen met onze beweegredenen om u (en de supporters) vandaag en niet eerder te informeren. Ik zal u straks duidelijk maken dat FC Utrecht, zowel financieel als organisatorisch, in zwaar weer verkeert. Dit heeft ons genoodzaakt om in te grijpen in de organisatie. Om de garantie te hebben dat deze maatregel geen gevaar oplevert voor de continuïteit van de club moesten wij met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opereren. Wij zijn blij dat we vandaag die garantie kunnen geven. Vanzelfsprekend waren wij veel liever eerder naar buiten getreden. Dat door deze, ook in onze ogen, erg late informatievoorziening, ruimte is geboden voor speculatie betreuren wij uiteraard in hoge mate. Phanos Voordat ik overga naar de actualiteit wil ik terug gaan naar ongeveer een jaar geleden. In die periode heeft de Raad van Commissarissen (RvC) de directie gevraagd een visie te ontwikkelen op de toekomst van de club voor de langere termijn. Uitgangspunt daarbij was voor ons dat deze visie zou moeten leiden tot stabiliteit, en financiële en sportieve groei. Wij vonden dat FC Utrecht de ambities hoort te hebben die passen bij de vierde stad van het land. Dat daarbij het aanboren van externe geldbronnen van groot belang is, is evident. Wij wilden naast de hoofdsponsor een aantal substantiële sponsors, wij vroegen ook om visie op de algehele commerciële exploitatie, jeugdopleiding, scouting en de samenhang daarin. De gevraagde visie van de directie is in kwalitatief opzicht volkomen uitgebleven. In die periode bereikte ons ook alarmerende signalen ten aanzien van de financiële situatie van de club. Als commissaris van een club die al twee keer op de rand van de afgrond heeft gestaan, ben je dan extra alert. Je staat voor de vraag of je positie op afstand nog wel een juiste is. Gezien de geschiedenis van onze club leek ons een dergelijke positie op dat moment niet verantwoord. Wij wilden aansturen op basis van frequentere financiële rapportage door de directie. De toenmalige voorzitter van de RvC Leo Markensteijn deelde die mening niet en zag zich genoodzaakt op te stappen. Voor alle duidelijkheid: wij zijn ook van mening dat een RvC in principe op afstand van de dagelijkse bedrijfsvoering moet staan. Maar wij hebben ook onze bestuurlijke verantwoordelijkheid. Wij vonden en vinden dat we die moeten nemen. Dit betekende geenszins dat de directie over elk wissewasje met ons moest overleggen. Nogmaals, we hebben het hier alleen over een deugdelijke en meer regelmatige financiële rapportage. Niet meer en niet minder. Toen Phanos zich meldde met haar overnameplannen zagen wij een gouden kans om onze hier boven genoemde ambities te realiseren. Ik heb al eerder gezegd: door het ontbreken van informatie naar de achterban ontstaat ruimte voor speculatie. De RvC wilde niets liever dan de supporters op de hoogte stellen van de gesprekken met Phanos. Wij waren daar echter niet toe gemachtigd. Phanos eiste van ons een zwijgplicht en stond niet toe dat we gedurende het proces met andere partijen zouden praten. Our lips were sealed. En onze handen gebonden. Door recente uitlatingen van Phanos in de media zien wij thans ruimte om ook hierover publiekelijk duidelijkheid te verschaffen. Ik moet hierbij ook aantekenen dat tijdens de gesprekken met Phanos onze sturende mogelijkheden uiterst beperkt waren. De hoofdsponsor “eiste” van ons dat we de directie ongemoeid zouden laten. U zult begrijpen dat we deze opstelling niet als plezierig hebben ervaren. Uiteindelijk zijn wij als RvC verantwoordelijk voor de club. Niet de sponsor. Er is wel eens geroepen dat de club in die fase werd gegijzeld. Ik zou het zo niet geformuleerd hebben, maar begreep die opmerking wel. Terug naar de overnameplannen. Wij waren zoals velen enthousiast over de ambitieuze plannen van onze sponsor. Een forse financiële injectie zou ons sneller brengen bij ons gezamenlijke doel: stabiliteit, financiële en sportieve groei. Dat de club daarmee in andere handen kwam, was voor ons geen principieel obstakel De RvC was al akkoord gegaan met het verzoek van Phanos bij het realiseren van de plannen haar zetels ter beschikking te stellen. Wel hadden wij een aantal cruciale voorwaarden gesteld bij de overname:

    1. Er moest een goede prijs geboden worden voor de club. What´s in it voor FC Utrecht? 2. De clubcultuur van FC Utrecht moest gehandhaafd blijven en gegarandeerd 3. De continuïteit van FC Utrecht moest ook voor de langere termijn gewaarborgd worden. Wij vonden en vinden dat een eventuele nieuwe eigenaar niet na een paar jaar zijn handen van de club af kan trekken.
Als aan deze voorwaarden zou worden voldaan, was er wat ons betreft geen enkel beletsel om de club te verkopen. Maar Phanos had zelf ook nog een voorwaarde: het plan kon alleen maar doorgaan als er verwerving van gemeentegrond en de bouw van een nieuw stadion tegenover zou staan. Ten aanzien van dat punt hadden wij vanzelfsprekend geen enkel beslissingsrecht. Alleen de gemeente kon zich daarover uitspreken. En zoals u weet, de gemeente heeft dat in niet mis te verstane woorden gedaan. De voorgestelde uitruil zal niet plaats vinden. Dit geldt ook voor de bouw van een nieuw stadion. Hierdoor viel de bodem onder onze plannen weg. Wij begrijpen de teleurstelling bij Phanos en de supporters op dat moment. (overigens waren er ook velen die een vertrek uit Galgenwaard zouden betreuren) Vanzelfsprekend gingen wij in op de uitnodiging van de sponsor om te onderzoeken of er toch nog mogelijkheden waren voor een overname. Voor ons stonden daarbij de eerder genoemde voorwaarden centraal. Aan invulling van deze voorwaarden werd niet toegekomen. Ook bleek Phanos niet bereid het eventueel nieuw te bouwen stadion los te laten in de onderhandelingen. De bouw van een nieuw stadion werd door Phanos nog steeds gehanteerd als een mogelijke escape. Het heeft ons verbaasd dat Phanos daarover in de pers anders oordeelt. Ik citeer uit het Algemeen Dagblad/ Utrechts Nieuwsblad van 25 augustus:”Indertijd was het voor ons een voorwaarde dat de gemeente een positief signaal zou afgeven. Helaas is dat niet gebeurd. Daarom hebben we die eis laten vallen. We willen nu op heel korte termijn in de club investeren en daar zien we later wel of de gemeente ons al dan niet steunt.” Met alle respect voor de sponsor, die wij veel dank verschuldigd zijn,naar het oordeel van de Raad van Commissarissen bleek uit de stukken dat de eis om te kunnen ontwikkelen (inclusief een nieuw stadion) nog wel degelijk op tafel bleef. Wij hebben drie onafhankelijke advocatenkantoren naar de voorstellen laten kijken en deze waren eenduidig in hun mening;. Zij oordeelden dat het niet verantwoord was om op de voorstellen in te gaan. Hoewel Phanos uitsprak vooral uit lotsverbondenheid met de club te handelen, bleek de motivatie uiteindelijk gebaseerd te zijn op de ontwikkeling van grond. Nogmaals, de gemeente had wat dat betreft de deur niet op een kier gezet. Nee, de deur was helemaal dicht. Wat Phanos ons bood was een overeenkomst met een open einde. We kregen een sigaar uit eigen doos die op elk moment in ons gezicht zou kunnen ontploffen. Ons restte niet anders dan de gesprekken af te breken, hetgeen op 22 augustus is gebeurd. We waren terug bij af. Het grote geld dat aan ons voorbij ging was erg welkom geweest. Want hoe blijkt de financiële situatie van FC Utrecht op dit moment te zijn? Ruim vier jaar geleden was het voortbestaan van de club in serieus gevaar. Door een grote schuldenlast stevenden we op een regelrecht faillissement af. De animo onder de politiek om de helpende hand te bieden was niet groot. Dat was goed voor te stellen. Terecht ging men er vanuit dat de lessen uit het verleden waren geleerd. Daarnaast: een BVO moet zijn eigen broek ophouden. Met name wethouder Hans Spekman en Leefbaar Utrecht-voorman Broos Schnetz wisten te zorgen dat er een draagvlak kwam voor een reddingsoperatie. Het was vooral aan hun inspanningen te danken dat de club voor de tweede maal in haar bestaan uit haar as herrees. De steun die de gemeente ons gaf, kende overigens als een van de voorwaarden dat de begroting niet meer afhankelijk mag zijn van incidentele inkomsten, zoals transferinkomsten. Nadat de gemeente het groene licht voor een doorstart had gegeven, voerde interim-directeur Martin Sturkenboom vervolgens een hoognodige saneringsoperatie uit. Bij zijn vertrek liet hij geen rijke maar wel een gezonde club achter en had hij een uitstekende klus verricht. Hoe staan de zaken nu? Ik heb helaas geen goed nieuws. FC Utrecht heeft momenteel een tekort op de niet goedgekeurde begroting. Ook de begroting van het damesvoetbal is niet goedgekeurd. Bij onveranderd beleid zal dat aan het eind van dit seizoen zijn opgelopen. Op dat moment zijn wij wederom in de gevarenzone beland. Zoals eerder gezegd, kregen wij in de loop van het afgelopen seizoen signalen die in deze richting wezen. Wij hebben daarop meerdere malen opheldering gevraagd aan de directie maar die niet voldoende gekregen. Dat de directie, bij monde van de heer van Dop, tijdens de nieuwjaarstoespraak meldde dat de club er gezond voor staat blijkt achteraf onjuist. De afgelopen vier jaren zijn afgesloten met een structureel negatief bedrijfsresultaat. Daarnaast, ik citeer nu de heer van Dop, lopen de inkomsten niet in de pas met de sportieve ambities. Er is de laatste tijd vaak gezegd dat een BVO anders in elkaar steekt dan een normaal bedrijf. Het kapitaal zou niet op de bankrekening maar op het veld moeten staan. Wij kunnen ons daar in vinden. Onze mening is dat 70 procent van ons kapitaal op veld hoort te staan. Maar het mag natuurlijk niet zo zijn dat dergelijk kapitaal in de praktijk wordt gebruikt om de gaten in de begroting te dichten. En dat is bij FC Utrecht de afgelopen jaren gebeurd. Niet voor niets zegt de heer Van Dop in Voetbal International van 27 augustus: “Op het moment dat je inteert op je eigen vermogen, kunnen mensen wel eens wat zenuwachtig worden. Terwijl ik zoiets heb van: Dat hoeft helemaal niet. Want je hebt altijd nog de spelersgroep op het veld staan en die vertegenwoordigt een bepaalde waarde. Dat bedrag is een stille reserve die natuurlijk niet in de begroting is opgenomen. Michel Vorm kan geld opleveren, Francis Dickoh en Lucian Sanmartean kunnen geld opleveren. Je mag daar natuurlijk nooit op beleid op voeren.” Helaas gebeurt dat wel. Kijk naar de volgende spelers die zijn verkocht: Tiendalli, Braafheid, Fortuné, Kuyt en Bosschaart. Het geld dat hun verkoop opleverde, kon nauwelijks gebruikt worden voor versterkingen omdat de club met een structureel negatief bedrijfsresultaat zit. Bij FC Utrecht worden de kroonjuwelen structureel van de hand gedaan. Wij vinden dat een onaanvaardbaar perspectief en hebben dat aan de directie gemeld. Wij menen dat een club als FC Utrecht in staat moet zijn om voldoende geldbronnen aan te boren om sportief gezien in de pas te lopen met de ambities. Helaas hebben wij daar niets van gemerkt. Wel is het ons duidelijk geworden dat de sobere kerstboom die Sturkenboom achterliet, weer uitermate luxueus is opgetuigd. De kleine, slagvaardige en efficiënte organisatie van toen is weer uitgedijd zonder dat dit leidde tot zichtbare resultaten. Inkomsten blijven achter, uitgaven nemen toe. Kortom: de neerwaartse spiraal is ingezet. Aan de eerder genoemde voorwaarde van de gemeente (geen begroting op basis van incidentele inkomsten) wordt duidelijk niet meer voldaan. Ziet u dat niet aankomen, zal u vragen. Ja en nee. Wij kregen, zoals gezegd, signalen. De informatie van de directie was echter volstrekt onvoldoende. Ter illustratie: enige tijd geleden vroeg ik de directie om in mijn ogen essentiële informatie over de begroting 2007/2008. Het antwoord was kort gezegd: “Dat komt op 26 september wel aan de orde.” Op dat moment was me duidelijk dat we op zo’n manier onze controlerende taak nooit naar behoren zouden kunnen uitvoeren. Hier is sprake van een directie die bewust de zaken traineert en in alle opzichten haar eigen beleid uitstippelt en uitvoert. Als RvC kunnen we dat niet accepteren. Ik zal u een voorbeeld geven waar het toe leidt als een directie ongecontroleerd en solitair opereert. De directie heeft de speler Kevin Vandenbergh aangetrokken. Hier ging de club een exploitatierisico voor de komende vier jaar aan. Vandenbergh zou worden betaald door een externe financier. In dit geval Phanos. Tot op heden hebben wij daarover niets zwart op wit gezien. Op de eerste vraag aan de directie hoe het met dit contract zit, luidde het antwoord: Een man een man, een woord een woord! Mij vielen bij dit antwoord de schellen van de ogen. In simpel Nederlands gezegd: al te goed is buurmans gek. Toen wij enige tijd later verzochten om inzage in het contract van Vandenbergh, kregen we te horen dat de heer Ensing van Phanos met vakantie was. Afgelopen woensdag kregen we een schrijven van de directie dat Phanos is gevraagd om een bevestiging in deze, welke thans nog niet binnen is. Dit is de letterlijke tekst! De club is een forse verplichting aangegaan zonder dat daar enige formele dekking tegenover stond. Dit is in het normale bedrijfsleven ondenkbaar. Maar wat mij betreft ook bij een BVO. Peter Beukers zal thans gedetailleerd ingaan op de financiën van de club. Ik wil graag van deze gelegenheid gebruik maken om een misverstand inzake de transfer van Sparta-speler Rachid Bouaouzan op te helderen. Er is gesuggereerd dat wij deze zouden hebben tegengehouden. Dat is nadrukkelijk niet het geval. Wij hebben van de directie geen enkel voorstel betreffende een overgang van Bouaouzan ontvangen, terwijl daar wel uitdrukkelijk door ons om was verzocht. Ik citeer uit een brief van de directie d.d. 29 augustus, dus twee dagen voor het sluiten van de transferperiode: “U heeft nog geen voorstel ontvangen aangezien pas gisteren de eerste gesprekken hebben plaatsgevonden met de speler in kwestie.” Desalniettemin lees ik in het Algemeen Dagblad / Utrechts Nieuwsblad dat de RvC de komst van Bouaouzan heeft gedwarsboomd. Ik zou werkelijk niet weten hoe we dat hadden moeten doen. Wij hebben nooit een voorstel ontvangen. Het zou de directie gesierd hebben als ze in het openbaar afstand van deze berichten had genomen. In elk geval zou het veel onrust bij de achterban hebben voorkomen. Het zelfde geldt voor het bericht dat zich externe partijen zouden hebben gemeld om de Sparta-speler te financieren. Hier is absoluut geen sprake van geweest. Desgevraagd stelt de directie niet verantwoordelijk gehouden te kunnen worden voor persberichten. Dat is juist. Maar het is toch echt in het belang van de club dat dergelijke berichten worden tegengesproken. Ik heb deze opstelling niet begrepen. En ik vrees dat ik het nooit zal begrijpen. Er is veel over de club geschreven de laatste tijd. Soms werkte een bericht op de lachspieren. Wij zouden zelden in het stadion komen. Ik kan u verzekeren dat drie van de vier leden van de RvC elke thuiswedstrijd en zoveel mogelijk uitwedstrijden bezoeken. Want in tegenstelling tot wel eens wordt gesuggereerd: wij zijn ook supporters. Hardnekkig is ook het gerucht dat het allemaal zou draaien om vertroebelde verhoudingen tussen de heer Van Dop en de RvC. Ik ben de laatste om te beweren dat onze relatie ideaal is. Maar kunt u zich voorstellen dat wij nogal verbijsterd waren toen wij op de radio moesten horen dat de club een nieuwe trainer had aangesteld. Ook de aanstelling van Piet Buter als technisch directeur moesten we uit de media vernemen, Dan ben je als RvC niet meer op afstand, je wordt door de directie op dat moment eenvoudigweg niet meer als gesprekspartner beschouwd. Een onwerkelijke situatie. Wie in de voetballerij opereert, moet tegen een stootje kunnen. Het is zinloos om op elke onjuiste opmerking in te gaan. Wel moet het van mijn hart dat de hetze die de laatste weken is gevoerd, de club onwaardig is. Met name op verschillende sites zijn oproepen geplaatst die volkomen buitenproportioneel waren. Dat de RvC is afgeschilderd als een stelletje zakkenvullers is nog een van de minste. Laat ik hier toch even op ingaan: een commissaris van FC Utrecht krijgt per jaar een geringe onkostenvergoeding. Eén van ons doneert als sponsor ook nog eens een substantieel bedrag aan de club. Tel uit je winst. Ik ga afronden. De analyse:
  • De FC bevindt zich in een financieel en organisatorisch ongezonde situatie.
  • Bij voortzetting van het huidige beleid komt de toekomst van de club in gevaar.
  • Sportieve groei lijkt onmogelijk, zodat ambities niet kunnen worden verwezenlijkt.
  • De directie lijkt zich van bovenstaande niet bewust of is zich niet bewust van de noodzaak om in grijpen.
  • Doordat de directie stelselmatig weigert essentiële informatie door te geven aan de RvC kan de raad niet voldoen aan haar controlerende taak. Waardoor zij in de praktijk haar bestuurlijke verantwoordelijkheid niet meer kan nemen.
  • Het vertrouwen in het functioneren van de voorzitter is volledig verdwenen en de communicatie is tot het nulpunt gedaald.
  • Wat staat een RvC in dat geval te doen? We kunnen elke zondag op het ereterras blijven zitten en ons drankje drinken. We kunnen opstappen en denken na ons komt de zondvloed. En neem van mij aan: die komt dan echt. Maar we kunnen ook ingrijpen. Dat laatste hebben wij besloten te doen. Wij hebben deze functie destijds aanvaard om te zorgen dat de club gezond blijft en nooit meer hoeft mee te maken wat er in 1981 en 2003 is gebeurd. Ik zie dat nog steeds als onze opdracht. Niet in ons belang, zoals is gesuggereerd, maar in het belang van de club. De hier boven geschetste analyse heeft ons doen besluiten algemeen directeur Jan Willen Dop per direct te schorsen. Hem is gevraagd zijn positie vrijwillig op te geven. Ik realiseer me dat ik geen rooskleurig verhaal heb gehouden. Maar dat betekent absoluut niet de RvC pessimistisch is. De komende weken zullen we gebruiken om gedetailleerd inzicht te krijgen in de financiële huishouding van de club. Vervolgens zullen we de vereiste maatregelen nemen. Ik vrees dat we niet aan een saneringsoperatie zullen ontkomen. Maar daaraan gepaard zullen we met man en macht werken aan een stabiele en ambitieuze club die een mooie sportieve toekomst tegemoet gaat. Het verheugt me te kunnen melden dat Broos Schnetz zich bereid heeft verklaard de komende maanden aan deze operatie leiding te willen geven. U kent de heer Schnetz ongetwijfeld als succesvol ondernemer in Utrecht en, ik noemde het al eerder, als één van de belangrijkste mensen achter de redding van de FC enkele jaren geleden. Vanuit zijn grote betrokkenheid met de club en zijn grote draagvlak binnen de stad, achten wij hem bij uitstek geschikt voor deze taak. De heer Schnetz zal met ingang van vandaag de heer Van Dop als interim-directeur opvolgen. Hij heeft aangeboden dit op onbezoldigde basis te doen. Wij hebben de stellige overtuiging dat zijn benoeming op grote steun van de inwoners van Utrecht kan rekenen.

    Reacties

    Bij dit bericht zijn 0 reacties geplaatst.
    U kunt reacties lezen en plaatsen na het inloggen.

    Reactie plaatsen



    Naar boven

    |

    Home



    Aankomende wedstrijd

    UitploegThuisploeg
    Sparta RotterdamFC Utrecht
    26 november 2017 14:30 uur
    Het Kasteel

    Aanmelden Nieuwsbrief




    Poll


    Er is op dit moment geen poll vraag.

    Voorspellingscompetitie

    1 (4) tonyb 23pt
    2 (5) badbo13 23pt
    3 (3) fanvandeFC 22pt
    4 (1) Le@n 21pt
    5 (2) Gina 20pt
    6 (10) L@rs-Sven 19pt
    7 (13) Menno 19pt
    8 (16) Kikker 19pt
    9 (18) Sjakie 18pt
    10 (21) El Nino 18pt

    Sponsors


    Ook sponsor worden?

    Ook geïnteresseerd in onze sponsor- en/of advertentiemogelijkheden?


    Sitemap  |  Disclaimer  |  Links  |  FC Utrecht Headliner  |  Copyright © 2005-2017 FCUFans.nl / Stichting True Support

    Realisatie Cartel Internet en Marketing